terug naar home

Bossche wijken, straten  en buurten 

Een veelzijdige pagina onder meer over wijken, straten en bevolkingscijfers, waarvoor ik verder naar de inhoud verwijs.De oude -gedigitaliseerde- stadskaart wordt toegelicht. 

 

Inhoudsopgave 

Opening met stadskaart anno 1832

Laatste stadsuitbeiding

Aanpak Markt 

Laatste stadsuitbreiding- april 2005

Marktstudie 

Overzicht wijken

een stad van kruideniers

 Petit histoire

  Bewonersaantallen\

  Het puthuis komt opnieuw in beeld

kasteel van H.W.Valk

-----------------------------------------------

Stadskaart anno 1832

Jan Wagenaars uit Vught stelde bijgaande stadskaart samen. Die intekening kon hij maken dankzij de invloed van de Fransen die hier van 1794 tot -circa 1813 het bestuur in hadden.  Onder dat bewind zijn bijv. de burgerlijke stand en andere registratievormen ingevoerd. Jan Wagenaars maakte gebruik van de perceelsmetingen, een techniek die ook uit de Frans tijd dateert en als doel had de grondbelasting te kunnen berekenen. De organisatie die daarmee belast was/is, heet nog steeds het kadaster.

Het was voor Jan niet de eerste keer dat ie een kaart ontwierp. Ook van andere plaatsen - de eerste van Jans geboortedorp Esch-  rond Den Bosch zijn kaarten ui 1832 in omloop. Ze zijn verkrijgbaar bij Boekhandel Heinen in de Kerkstraat en boekhandel Van Rooij-Krijnen in de Helftheuvelpassage en bij het Bossche Prentenkabinet in de Verwersstraat.

In 1832 telde de stad 1.285 eigenaren van percelen  waarvan Jan er tot een totaal van 4409 kwam. Deze kaart werd door Jan Wagenaars uit Vught uit de authentiek kaart van 1832 samengesteld. auteur © Jan Wagenaar

De tijd van na Napoleon en voor de stadsuitleg van na 1874.
Het is 1832, de Franse tijd met Napoleon die de katholieken haar afgenomen kerken uit de Reformatie  teruggaf, ligt net achter de rug. De protestanten kregen toestemming in plaats van de St. Jan die zij in beheer hadden, een nieuwe 'de Grote Kerk' [Kerkstraat] te bouwen. Op deze kaart staat die nog geheel vrij tussen de Kerkstraat en de Hinthamerstraat.
Ook de stallen op de Parade [langgerekte rood] zijn nog te herkennen. Het zgn Plantsoen langs de Hekellaan is hier nog geel.
Opvallende details op deze kaart zijn verder uiteraard de molens die op de bastions en rondelen stonden en de volksbuurt de Pijp. Die buurt is met de sanering van de  jaren 50-60 afgebroken. De langgerekte lintbebouwing ,waarvan de naam Pijp is afgeleid, ligt aan weerszijden van de Marktstraat. Ook het oude  GZG waarvan de oudbouw [klooster-kerk en de eerste gastverblijven] gelegen waren direct achter de oude - nog bestaande - poort in de Korte Waterstraat.  Dit complex is te zien iets boven het midden van de kaart.

Alle stadsuitbreiding zoals 't Zand en de Muntel, die buiten de oude wallen kwamen te liggen, moeten nog  gerealiseerd worden. Dat gebeurde pas na de opheffing van de vestingstatus [1874]. .

De oude stadskaart is te koop bij Boekhandel Heinen, de Kring Vrienden van ' s-Hertogenbosch [Verwersstraat] en Van Rooij Krijnen in de Helftheuvelpassage voor 19,50 euro.

Het wordings proces
Wagemaars  gaat terug in de historie om aan te geven waardoor deze kaarten tot stand konden komen. Hij maakte gebruik van de 14 kaarten die over de stad rond 1830 bestonden. Dat aantal geeft nog eens de grootte van het toenmalige provinciehoofdstadje weer.  Breda 'haalt' maar vier kaarten, aldus Wagenaars trots.
Opgelegd door de Franse bewindvoerders is Nederland op perceelsniveau kort na 1810 ingemeten en in kaart gebracht. De achterliggende gedachte bij de Fransen was een methode te hebben om grondbelasting te kunnen heffen.. 
De eerste kaarten heetten minuutplans, veertien stuks die de basis vormde waarop Wagenaars aan de slag ging. Hij gebruikte nog enkele andere kaarten van rond 1830. Voor een bij het kadaster zoek geraakt deel moest hij naar het Rijksarchief waar dat stuk wel aanwezig was. 
De opmaak en indeling [lay-out] keek Wagenaaars af van kaarten van eind 1700/begin 1800.

Elk huisje, dus elk perceel is ingetekend! De stad telde 4409 percelen, verdeeld over 1285 eigenaren. De naamgeving op de kaarten van straat of wijk komt voort uit wat de landmeter optekende uit de mond van de - soms dialect sprekende - eigenaren.
Pas in 1817 is de eigentijdse benaming voor de maten van afstanden, gewichten, oppervlakte en inhoud  ingevoerd. Daarbij raakten roeden,  morgen en een uur gaans uit beeld. De mijl, de el en de bunder kwamen  ervoor in de plaats.

c paul kriele, 11 december 2003.

------------------------------

Laatste stadsuitbreiding - 6 april 2005

De Groote Wielen is de laatste stadsuitbreiding. Na de voltooiïng van deze wijk ten Noorden van Rosmalen is de stad uitgeput wat betreft grondvoorraad tbv woningbouw. 
'De stad zal in de toekomst vaker geconfronteerd worden met hoogbouw op bestaande locaties. Dat heet inbreiden  ipv uitbreiden,'aldus wethouder van Financiën Roderick van de Mortel.
Er is noch grond, noch gebied beschikbaar. De Groote Wielen is de laatste nieuwbouwlocatie en dan houdt ’t op, sprak vdMortel. ‘Daarom zullen we de hoogte in moeten.
Dat wrange toekomstbeeld kwam naar voren bij de bespreking van de kadernota 2006 waarin veelal - min of meer positieve -beleidswensen voor de jaren 2006-2008 werden doorgenomen.
Aan het slot van dat persgesprek werd de wethouder bevraagd over nieuwe projecten en de voortgang van bestaande, zoals het  Paleiskwartier waarvan de linkerzijde niet af is, de spoorzone [Verkade e.o., KPN/ Randweg en Boschveld] en de A2-locatie die wacht op de omleiding van de Zuid-Willemsvaart.

Van het Paleiskwartier komt in de vervolgfase niet alleen de Branderijstraat [BBA-busstation]  en de het eind van de Onderwijsboulevard aan snee, maar dat project gaat ook over in het te  ontwikkelen Willemspoort [Koning Willem I-college en de  nieuwbouw van het Jeroen Boschziekenhuis.

© paul kriele, www.bastion-oranje.nl

1.  Overzicht wijken: [Voor bezoek, klik op de betreffende wijk]

de Bossche wijken
Aanleiding van deze serie was een artikel over de Heinis, een uniek natuurgebied dat ingeklemd ligt temidden van een opdringerige urbanisatie.
De pagina's zijn geïllustreerd met foto's van Gerard Monté.
Op 15 mei 2000 is op de website als eerste wijk gerealiseerd: Orthen, allesbehalve een dorp. Voor een bezoek aan de wijk die u zoekt, klik op de betreffende wijk

Deuteren

Engelen

Graafsewijk   

De Heinis

Maaspoort met o.a. Maasboulevard

Muntel

Orthen

De Pijp [hoeren] 

De Pijp [Arena/ Loeffplein]

Ploossche Hof

Rompert

Tilmanshofje

't Zand

Zuid 

2. Kritiek op de stad: Bossche kruideniersmentaliteit in winkelbediening

Helaas kent de stad nog steeds een aantal kruideniers, het scheldwoord voor een  middenstander of andere commerciële dienstverlener die weinig klantvriendelijk is of een centen neuker.
Tot in de jaren negentig kon je het meemaken een onvriendelijke taxi-of buschauffeur op je reis tegen te komen. Ook de verkoopsters van de HEMA stonden bekend om hun klantonvriendelijkheid. Dat is grotendeels veranderd.

Niet goed geld terug
Eind jaren negentig richten de personeelsopleidingen zich ook op de cliëntbejegening.  De directies gingen inzien dat met stralende verkopers en verkoopsters klanten konden worden behouden zodat ze niet wegliepen naar de concurrent.
Voortaan werd je niet alleen aardig  geholpen maar het begrip is vanaf die tijd ‘ruilen’ geïntroduceerd. De HEMA begon met de slogan  ‘Niet goed geld terug’ Een zekerheid op garantie wat algemeen is geworden.
Maar ’Niet goed geld terug’ , dat  was voor de kleine kruideniers wel even wennen.. En  ‘ aardig zijn tegen de klant’  was aan hun personeel nimmer geleerd, als ze al aan opleidingen deden.
Gelukkig gingen -met de grote winkelketens als voorbeeld -ook die kleine zakenman overstag. In taxibedrijven en bij de BBA vond ook de omslag plaats: joviale en vriendelijke chauffeurs die bij het voorrijden niet in hun taxi bleven zitten.

De BBA trainden hun personeel op een klantvriendelijke benadering door goede morgen of iets dergelijks tegen de passagier te zeggen. Het werd prettiger met  de bus te gaan toen de buschauffeur verplicht was zijn buien te vergeten zodrahij op zijn bestuursstoel zat.
Ondanks dat aan die benadering van de klant een positieve wending is gekomen lopen er in de stad nog chagrijnige dames en heren rond. Liever gezegd zitten ze  op hun manier achter een kassa of staan ze klanten te woord.

Bakker De Groot staat niet alleen bekend om zijn Bossche bollen, de zaak is ook vermaard door de twee winkeldochters . 

In de bloemenkiosk van Henderson op de Markt raakte de stevige verkoopster die hier eerder werd aangehaald, uit beeld. 

Primafoon :In de Primafoonwinkel in de Kerkstraat  staat Dannis Sleutjes . Ik hoop dat ik de enige ben -het lijkt er ook op, want ik zie Dannis om wie het gaat altijd wel op jonge meiden afvliegen.....- maar goed in mijn geval is Dannis altijd  toevallig bezig, loopt net toevallig weg, om even later als ik door diens collega wordt geholpen, zich een volgende klant aan te bieden.
Dannis Sleutjes, die rechtsreeks van deze ervaring op de hoogte is gesteld, haalt zijn schouders op en kijkt me wat onnozel aan. De ervaring is gebaseerd op confrontaties over  enige jaren en niet iets van een individueel bezoek aan de Primafoon.. 

Super De Boer, die al van allerlei stadia heeft doorgemaakt, maar na een Grumatijdperk en Superperiode vier jaar gelden Super De Boer is gaan heten. Deze super op het Sweelinckplein is er qua assortiment en inrichting erg op vooruit gegaan, maar de meisjes zijn minder super dan je van een moderne kruidenier mag verwachten. Helaas hebben ze bij de slager dezelfde, beetje bitse, juffrouw laten staan, die er ook al in het ouwe tijdperk stond.

 De Bossche hotels

 De stad kent een stuk of zes hotels, kleinere en een paar grote jongens. Daaronder zitten een viertal- van oorsprong- echt Bossche bedrijven: Golden Tulip Hotel, voorheen Central, Terminus, Eurohotel dat vroeger bekend stond als Francé en Van den Bosch in de Boschdijkstraat.

 De kritieke krant

Kritiek kwam ook niet te pas. Erger het was vaak onmogelijk. Neem het Brabants Dagblad dat beschuldigd wordt zo kritiekloos te zijn.
In de tijd van stadsredacteur Wim Arts keken de lezers uit naar zijn zaterdagse column ‘ Jeroen’ . Met een scherpe pen werden Bossche prominenten en toestanden te kakke gezet.

Inmiddels vult de pen, gevuld door de meer cynische blik van stadsredacteur Jos van de Ven, de kolommen op zaterdag.

De enige column van het Brabants Dagblad die beantwoordt aan de criteria waaraan een column moet voldoen, is die van Tony van der Meulen-op-zaterdag. Uiteraard en helaas overstijgt de hoofdredacteur in zijn benadering de Bossche ommelanden. Uit de pen van Van der Meulen vloeit ook vaak wereldse inkt.
Het is een genoegen de in literaire kronkels verpakte kwinkslagen te mogen volgen tot de plot… En  die levert ook nog eens een nasmeulende glimlach op.  Dat waren dan vier criteria voor een column in één zin.

Maar een dosis literaire kunst en humor ontbreken helaas in de droge tekstbalken van de columns die overtallig aanwezig zijn in het Brabants Dagblad.
Die kenmerken komen evenmin voor in het talent van Arts’ opvolger Lindy Jensen. Die stadsredactrice  gaat vrijdagmiddag achter haar bureau zitten, legt haar agenda van de afgelopen week open en redigeert  van dag tot dag een eigen weekjournaal. Droger en zonder enige ludieke knipoog kopieert zij de headlines uit de edities van de afgelopen week.

Een goeie zet van ‘de krant’  zou zijn om een groot talent uit bijv Bossche polemiekavonden of uit de Bossche kletsavonden een eigen rubriek te gunnen. Hans Tervoort die het van geen ander dan van zijn vader Jan kan hebben geleerd is bij uitstek een spitsvondige kriticus. 
Enig fris Bosch  bloed, waar op de stadsredactie zo’n gebrek aan is, werkt beslist attractief. Helaas… een dergelijke indringer pikt een redactie niet. Het wordt beschouwd als een brevet van onvermogen.

Zonder de voorgeschiedenis van betrokkenen te kort te doen: Er zit mogelijk een oplossing aan te komen: Vergeleken bij de droogschrijver Ton de Jong ontwikkelt René van der Lee zich intussen  tot een geestige columnist!

Proloog: Wie houdt wie te vriend..? De heren van de krant, de plaatselijke hotemetoten, de politici in de raad, de mecenassen en sponsoren van Bossche evenementen?
Allen vormen ze onontbeerlijke attracties in de Bossche draaimolen.
In de wandelgang en werd het negatieve effect van networking ook wel kliekvorming genoemd. Daar heeft de provinciestad door zijn  overzichtelijke woongemeenschap  mee te kampen. Het maakt ook nog eens een kritische houding onmogelijk, immers het wordt zelfs als onheus of onhebbelijk beschouwd. Door zo’ situatie ontstaat gesjoemel of het effect van ‘ in de doofpot stoppen’.

In de Brabantse provinciehoofdstad zijn groepsvormingen herkenbaar. Clubjes en kringen vormen één breiwerk van relaties en vriendenkringen. Zodoende houdt de een de ander het hand boven het hoofd. Dat mag in een vriendenkring als een code worden opgevat, maar in de zakenwereld werkt dat desastreus.
Men verwacht in een netwerk tolerantie, begrip en zelfs consideratie....

© paul kriele, 12 februari 2002/najaar 2004.


3. petit histoire

De onderwerpen zijn: historisch ontstaan, naamgeving en eigentijdse ontwikkeling van deze wijken, aangevuld met saillante details. Voor de oude volksbuurt De Pijp verwijs ik naar de pagina Metamorfose Loeffplein en Hoererij en schurken.

160.jpg (19630 bytes) Op 15 mei 2000 is op de website als eerste wijk gerealiseerd: Orthen, allesbehalve een dorp.
Een markant en erg herkenbaar punt op de Vughterweg is het 'kasteel van Valk'.
Dit in 1932 gebouwd woonhuis is van architect Hendrik W.Valk dat hij functioneel [dikke muren] als woonhuis en kantoor indeelde.
Het is gebouwd middenop het fort Isabel. Valk kreeg speciale toestemming zijn ontwerp, dat ook in de ogen van de gemeente indertijd als een markatiepunt werd beschouwd, daar te mogen bouwen.

foto © gerard monté, 5-1-2000.

Aanpak Markt 2006/ den bosch, 22 februari 2005.

De Bossche Markt krijgt voorjaar 2006 een nieuw gezicht. Na de periode van de Spaanse architect Beth Galí, die tussen 1991-1993 de binnenstad een nieuw aanzien gaf, is oiv de bezuinigingen een nieuw- 2 miljoen goedkoper- plan opgepakt. De gemeente heeft in ‘eigen beheer’ dat  plan bedacht.

Met de vele inspraakrondes en visies achter de rug, heeft dit traject wel erg lang geduurd. Er is dus sprake van een kaasschaafmodel.
In 2002 werd de aanpak Markt als slot van die binnenstadsinrichting actueel. Eerst [mei 2002] stelde het College nog voor om voor 6 miljoen dat project aan Galí op te dragen, maar de raad stuurde wethouder Jetty Eeugster [juni 2002] terug. Niet met Galí, maar met een keuzemogelijkheid uit meerdere architecten, ging de raad wel akkoord. In het najaar van 2002 volgde een infoavond in TheateradParade en discussies met 120 Bosschenaren. Ook diverse [landschapsarchitecten] Jan van der Eerden, Peter Lubbers en André van den Eerenbeemt gaven hun visie al of niet met handhaving van het puthuis en/of andere op –en aanbouwsels. Maar intussen is met argumenten van verkeer [bereikbaarheid binnenstad], de herinrichting van marktkramen en bezuinigingen het plan drie jaar vooruitgeschoven.

 © paul kriele, www.bastion-oranje.nll


Deze serie gaat over Orthen [ ook de Heinis], Noord, 't Zand, de Muntel en de Vliert, Deuteren en West [de Kruiskamp], Oost [Graafsewijk], Zuid en Maaspoort en de oude volksbuurt De Pijp. 
De inhoud betreft: historisch ontstaan, naamgeving en eigentijdse ontwikkeling van deze wijken, aangevuld met saillante details. Aan de talrijke  Bossche steegjes is weer een aparte pagina gewijd: klik op steegjes.

Kasteel van H. W. Valk

Het ' Kasteeltje van Valk'  op de Vughterweg. Dit in Gelderse stijl opgetrokken -oorspronkelijk witte- kasteel is  gebouwd in 1932 als woonhuis/atelier  voor architect Hendrik W.Valk.

foto © gerard monté, 5-1-2000.


Het 'kasteel van Valk'  staat op de Vughterweg precies op een van de bastions van Fort Anthonie.  Dat fort was al doormidden gesneden door de aanleg van de Vughterweg, een weg uitgevoerd macadambeton, vandaar de naam macadamweg.
Valk kreeg van de toenmalige burgemeester Frans van Lanschot speciale toestemming zijn ontwerp, dat ook in
de ogen van de gemeente indertijd als een markatiepunt werd beschouwd, op die locatie te mogen bouwen.

Voor meer info over de kasteelbewoner  Merks, klik op Ondernemers.htm

Straten

Gregorius

Hinthamerstraat

Hinthamereinde

Kerkstraat

Kloosterstraat

Minderbroedersstraat

Orthenstraat

Paleiskwartier

Parade

PostelKruisstraat

SnelleStoofstraat

Verwersstraat

Vliert De

Vughterstraat

Water en Vuurplein

 

2. Bewonersaantallen van diverse wijken

[opgave door gemeente 's-Hertogenbosch per 1-1-2002]

Centrum  [totaal inkl.Binnenstad Oost+Noord en Hofstad-- ----   9.140

't Zand:--------------------------------------------------------------------           2.238

Hintham- Zuid plus Hintham-Noord  -----------------------------           5.755

Zuid [Bazeldonk,Gestelse Buurt, Meerendonk,Kloosterstraat]--  6.634 

Muntel + DeVliert én Orthenpoort-------------------------------             6.983

Oost [Hinthamerpoort, Graafsewijk Noord én Zuid, Aawijk----     7.396

West  [inkl. Veemarktkwartier, Boschveld+ Deuteren]----------   19.036

Noord [inkl.  Orthen t/m de Slagen Haren en Reit]]  -------------   20.053 

Maaspoort ------------------------------------------------------------------    17.778 

Empel kom, oud Empel, Empel oost--------------------------------      1.935

Engelen/Bokhoven ------------------------------------------------------       3.607

---------------------------------------------------------------------------------------------

bevolking per 1-1-2002                                                                131.664 **

 

** Van hen zijn 106.723 autochtoon 

24.941 zijn van elders afkomstig:  

Turken: 2.457

Marokkanen 3.726

Surinamers 1.847 en Antillianen 1.065

 

3. Verdwenen historie

 ‘s –Hertogenbosch is rijk aan historie, maar door oorlogen en geldgebrek is er ook veel verloren gegaan.  
Leiden bezit nog een aantal stadspoorten, Maastricht en Zwolle hebben een Corps de Garde  [Hoofdwacht],  er staan molens in diverse steden nog molens, in Groningen en Amsterdam kan men nog  een begijnhof bezoeken. Het zijn allen elementen die in Den Bosch verdwenen zijn.

Molens
Over het terugplaatsen van molens zou Jan van de Eerden graag vorderingen willen zien.
We kennen de molen van Van Esch op de Molenberg maar ook op bastion Vught , bastion Oranje [de molen van Bakx], op de kades van de Aa, aan de zijde Kasterenwal en nabij de Hinthamerbrug stonden molens. 
In ’Bossche bladen’ tegenwoordig ’s-Hertogenbosch besteedde de redactie in een reeks artikelen aandacht aan de Bossche molens [edities 1997-1998].

Stadspoort
Een stadsmuur is nog aanwezig aan de zuid-, en westzijde van de oude stad,maar de stadspoorten zijn verdwenen met het slopen van de vestingwerken.
Het opnieuw oprichten van een stadspoort is onderdeel van het project vestingwerken. In dat miljoenen kostende project  wordt rekening gehouden met het terugplaatsen van een stadpoort op het Wilhelminaplein[Heetmanplein]in een eigentijds architectuur…

Begijnhof
Begijnhoven lagen tussen de Snellestraat [Klein Begijnhof] en op de Parade [het Groot Begijnhof].  De BAM zal, zodra de Parade op de schop gaat, ter plaatse archeologisch onderzoek gaan doen.

Corps de Garde
Elke vestingstad kende een Corps de Garde, ofwel een hoofdwacht.  Deze stond in Den Bosch op de plek van het huidige hotel Central.
Tot in de jaren 1920 heeft de stad een actieve wacht gekend, aldus Jan van Ee,  al was dat niet meer op de plek van Central. Dat pand werd in 1892 postkantoor en in 1896 hotel Van Eugen. Al meer dan 80 jaar leidt de familie Rademaker het hotel dat behoort tot de Tulip-groep.
 Van Ee schat dat rond 1785 de stad 150 man personeel in de wachtdiensten had. Vanuit de hoofdwacht werden de wachtposten- merendeels bij de stadspoorten- verdeeld. ’s Morgens was er een wachtparade  ol.v. de officier van piket. De officier van de hoofdwacht haalde de sleutels op bij het garnizoen, tegenwoordig de Muzerije aan de Hinthamerstraat, dat toentertijd als ‘Commandement’ dienst deed. Na de militaire parade rukten de wachten uit naar hun posten in de stad.

de wachten 
In de garnizoensstad Den Bosch stonden een vijftal kazernes: De Berewout, de Mortel, de Tolbrug, de Citadel en de St.Jacobskazerne, die allen een eigen wachtpost hadden, bediend vanuit de hoofdwacht.  
Bij de stadspoorten, zoals de Vughterpoort, de Hinthamerpoort en de Orthenpoort deed een wacht dienst van kort na zonsopgang tot kort na zonsondergang.
Ook op de bastions hielden onderofficieren met hun manschappen de wacht.
Maar na de Tweede Wereldoorlog zijn de regels, vastgelegd in ‘Het Reglement van de Garnizoensdienst’, in onbruik geraakt, aldus oud-militair Van Ee. Het Corps de Garde is overgegaan naar de kazernewachten. Mogelijkerwijs dat in het wachtgebouw van de Citadel, naast de huidige hoofdingang, de hoofdwacht zijn intrek nam.

In Maastricht en Zwolle staat nog een gebouw dat herinnert aan de bewaking door het leger van een oude vestingstad.  

Habsburgse adelaar
In het stadswapen prijkt de Habsburgse adelaar. Maar verder zien we nergens het embleem van de Habsburgse vorsten verschijnen. Dit merkteken is door keizer Maximiliaan van Oostenrijk bij zijn bezoejk op 26 juli 1508 aan de stad begunstigd om het op de stadsvlag en op andere manieren te mogen voeren. Maar de Habsburgse adelaar, die toch bijvoorbeeld nabij het puthuis of zelfs erop moet hebben gestaan, is nergens zichtbaar in de stad.
Op de gevel van de St Servaaskerk in Maastricht en op de Amsterdamse Westertoren pronkt de Habsburgse adelaar wel.

gildehuizen
Belgische steden zijn nagenoeg ongeschonden door de oorlogen heen gekomen. In de historische centra  van Vlaanderen zoals Brugge en Gent staan de middeleeuwse huizen nog overeind. Markant daarin zijn de gildehuizen. 
In 's-Hertogenbosch werden al in 1553 de chirurgijns-en barbiers in een gilde verenigd. In1594 is het lint- en passementsgilde ingesteld. Van 1630 dateert het Schippersgilde, het Zakkendragersgilde en het Bierdragersgilde dat door het stadsbestuur werd opgericht.
Van 1631 dateert het Koren-en Zoutmetersgilde en vier jaar later is het Turftonders en Turfdragersgilde opgericht.
Voor zover mij bekend is er geen Bosch gildehuis markant aanwezig, of het moet zodanig zijn herbouwd of van functie zijn veranderd dat het onherkenbaar is geworden.

terug naar boven

4. petit histoire


Een markant en erg herkenbaar punt op de Vughterweg is het 'kasteel van Valk'.
Dit in 1932 gebouwd woonhuis is van architect Hendrik W.Valk dat hij functioneel [dikke muren] als woonhuis en kantoor indeelde.
Het is gebouwd midden op het fort Athonie. Valk kreeg speciale toestemming zijn ontwerp, dat ook in de ogen van de gemeente indertijd als een markatie werd beschouwd, daar te mogen bouwen.

foto © gerard monté, 5-1-2000.

Het puthuis, een historisch relict

Bij de herinrichting van de Markt -het laatste traject in de face-lift van de binnenstad-komt het puthuis opnieuw ter discussie te staan. Vanuit de gemeente lijkt handhaving onwaarschijnlijk. In dat standpunt wordt voorbij gegaan aan een eeuwen oude historie. Bovendien was aan het puthuis een mariakapelletje bevestigd.
Eeuwen geleden mocht de stad van de Habsburgse keizer ok nog eens de dubbele adelaar in het stadswapen opnemen. De adelaar is een markant beeld van de Habsburgse dynastie.
Die adelaar stond fier bovenop het puthuis...
In Amsterdam bestaat een vergelijkbare situatie. Op de toren van de Westerkerk, nabij het Anna Frankuis, pronkt de keizerskroon die de Oostenrijkse keizer Maximiliaan aan deze middel eeuwse kerk schonk. Sedertdien is hij er niet af geweest. Andere steden andere gewoonten....

Want het teken van de adelaar is bij de wederopbouw van het puthuis niet teruggekeerd.... .

De Markt bij avond. Het Puthuis heeft al eeuwen het plein gedomineerd, maar werd pas enkele decennia terug herplaatst door bouwvakkers in opleiding.

foto © gerard monté, 9 februari 2001.

401.jpg (23023 bytes)

Puthuis in Bossche Bladen [september 2002]

Interessant is het artikel in Bossche Bladen. In de  editie van eind september 2002 houden enkele auteurs - in een historische bijdrage - een pleidooi voor terugkeer van dat laat - gotisch puthuis eventuele met pomp. De nadruk lig top  historisch, want de huidige opzet maakte deel uit van een leeropdracht. Zij bedoelen een historisch verantwoorde constructie aangezien er ruimschoot documentatie aanwezig. 

Oude Raethuys blootgelegd/ waterput terug  - [Nieuwsbrief Bastion Oranje, 30 september 2002 ]  
Bossche Bladen bevat een pleidooi voor behoud van de laat-gotische 16e eeuwse  stadswaterput op de Markt. In het licht van de herinrichting van de Markit wordt de uniciteit van de put onderstreept. Stadsarcheoloog  dr. Hans Janssen zegt dat juist door de beschikbaarheid van uitgebreide documentatie reconstructie haalbaar is. De pomp is een wat moeilijker aspect. Janssen krijgt bijval van dr.Theo Hoogbergen die zijn visie met internationale voorbeelden ondersteunt.   
Het najaarsnummer bevat ook nog een item over Joodse begraafplaatsen Die 2000 joodse  graven in Noord-Brabant  zijn - beginnend bij  wijlen Max Cahen- in foto/kaart gebracht en door de Bredanaar Jan Bader op papier gezet.  
Vooral het Bossche bestuurscentrum komt aan bod ivm de nieuwbouw stadhuis. Redacteur ir. Ad van Drunen gaat terug naar het eerste stadhuis dat deel uitmaakte van ’het blok op de Markt’  en het tweede dat oude raethuys stond [van begin 14e eeuw tot 1366] tegen de eerste stadsmuur achter het huidige stadhuis dat  pas in 1366 werd betrokken.

----------------------------------

bronnen: Kroniek van 's-Hertogenbosch, Uitgeverij Hecht/Zo was Den Bosch, Europese Bibliotheek/Ach Lieve Tijd, Waanders & Heinen/ Bossche bladen, Nieuwsbrief Bastion Oranje. 

linken 

De site van Ivonne Smit die vermeldt markante en saillante -historische -feiten over ' s-Hertogenbosch. En veel over de natuur in en rond de stad: http://www.smit.912.nl

Ook interessant is de pagina die over Deuteren gaat: http://home.hetnet.nl/~genvandongen/index.html

 

© paul kriele,  mei 2000/september 2001/29 oktober 2001/bevolkingsaantallen per 1-1-2002/april 2005..

terug naar boven