De oude naam voor het tweede deel van de Vughterstraat
De
Vughterbrug met zicht op de flat Molenberg en Sonneveld. -foto
© gerard monté, 17 juli 2005.
Vughterstraat [vooral winkelnering]
Vughterdijk [verdwenen boerderijen]
nieuwe Galerie ' Achter de Kan'
---------------------------
In de jaren tachtig werd over de verloedering van de Vughterstraat nog geklaagd. De gemeente zag deze straat als een stiefkindje, maar te beginnen met sanering en renovatie van Vughterpoort keerde het tij. Ook verouderde fabrieken gingen tegen de grond en er kwam woonhofjes voor terug.[zie Tilmanshofje]
In de jaren negentig is deze hoofdstraat sterk
opgekomen door ontwikkelingen in de winkelbranche: kleinere zaken van veelal
particulieren hebben zich er gevestigd . Een enkele kunstzaak of galerie,
porseleinwinkels en keukenspecialisten trokken naar de langgerekte winkelstraat.
Maar ook nieuwe winkelketens zoals de Marskramer en de Speelgoedgigant kozen
voor de Vughterstraat.
Helaas verdwenen er ook winkeliers..
Vughterdijk naar zijde Parklaan...
Op de Vughterdijk woont Victor van de Wielen en diens zoon Roland en zijn vriendin. Het boeren is al lang gedaan. Maar aan de zijde Parklaan herinneren nog enkele gebouwen aan een van de oude functies binnen 's-Hertogenbosch als vestingstad: het agrarisch beheer. In die tijden werd en nog geboerd en getuinierd in de warmoezerijen langszij de wallen. Het was ook een voortvloeisel van het feit dat de Bosschenaren van vroegere eeuwen -ook op agrarisch gebied - voor zichzelf moesten zorgen.
| Ook van de Vughterstraat is de panoramisch plaatje,want
Victor van de Wielen en zijn zoon Roland en vriendin wonen op dit
perceel zijde Parklaan, maar kadastraal Vughterstraat..
-foto © gerard monté |
![]() |
Er is in en om de oude binnenstad geen boerderij meer te zien, maar wel soms eentje te herkennen: bijv. op het Sint Janskerkhof. Daar herinnert het oefenlokaal van de Schola Cantorum aan een boerenbedrijf..
-------------
Ter
hoogte van deze onderdoorgang lag voorheen de Molenbrug, wat nog te zien is aan
de gevelsteen in het aangrenzende smalste pandje van de Vughterstraat, dat
vroeger een openbaar pissoir was. Onder de wieldruk van het stadsverkeer is
ongeveer twintig jaar geleden de toog ingezakt.
De
meeste gezinnen in de Vughterstraat woonden in de steegjes, waarlangs de
arbeidershuisjes werden gebouwd. Ze stonden vaak gegroepeerd op een
binnenplaats, waar de bewoners gebruik maakten van simpele houten poepdozen,
soms één enkele wc voor negen gezinnen.
Voor de oorlog was de Vughterstraat
gesplitst in Vughterdijk en Vughterstraat. Ter hoogte van de Kuipertjeswal en
Achter de Bogaard begon een nieuwe nummering. De Vughterstraat telt nog steeds
talrijke steegjes, waarvan sommigen intussen met een hek zijn afgesloten.
Evenals in de Hinthamerstraat zijn er ook enkele onzichtbare inpandige straatje
die na 1629, in de tijd van de reformatie, toegang gaven tot schuilkerken.
Langszij Vughterstraat 54 liep een steegje naar een kerk-op-zolder. De
kerkgangers konden er ook via St.Jorisstraat 14 komen, of in noodgeval langs
vluchten.
In diezelfde Vughterstraat nummer 92,
ter hoogte van Henk de Klerk, was een inpandig straatje, evenals tussen de Van
Sonsteeg en de Halve Maan op perceel 262-264. Dat steegje gaf toegang tot de H.
Corneliskapel. Op de Parklaan verwijst de Cornelishekelssluis, die nog onderaan
de stadsgracht zichtbaar is, naar deze kapel.
Recht tegenover de Kuipertjeswal , naast de muziekwinkel van Goosen en Swagerman
[nr.129] liep een doorsteek naar de Westwal, alwaar op 'Het Bolwerk met de
boompjes', een molen heeft gestaan.
![]() |
![]() |
![]() |
Op
bovenstaande foto's: links. Het steegje 'Achter de Wereld' , zuidzijde op de
grens met het Koestraatje in de Verwersstraat, middenin: de Kruisbroederstraatje
met de elektriciteitszaak Van Ten Hacken [links].
Rechterfoto: een steegje met een onbekende naam dat loopt van de Parklaan naar
de boerderij van Victor van der Wielen in de Vughterstraat.
Jan
Stap Netjes
Ludieke
figuren hadden er hun huisje, onder wie de kaartlegster Nellek van Achter de
Kan, of Jan Corten, meergenaamd 'Jan Stap Netjes', die op de binnenplaats van
perceel 229 een achterhuisje bewoonde. Jan had in de Atjehoorlog een
geslachtsziekte opgelopen, waardoor hij zo 'keurig' stapte. Jan stond erom
bekend dat hij dooie katten vrat en van het vet een smeersel maakte tegen
winterhakken. Het steegje dat schuil gaat achter een normale voordeur, werd
onlangs door Aannemersbedrijf A.de Wit gerestaureerd tegelijk met het weer
bewoonbaar maken van het voormalige huisje van Jan Corten.
De
mensen waren vaak bijgelovig, ook wel eens inventief. Kinderen die kinkhoest
hadden werden naar 'het gasbriek' gestuurd aan de Vughterweg, omdat de lucht van
verbrandde cokes verlichtend zou werken op de ademhaling. 'In de tijd waarin er
geen weelde was,' zo vertelde Mien Wetzer* van de voormalige groentewinkel
op nummer 242, 'moest je wel wat verzinnen. Een sigarenmaker verdiende zeven
gulden in de week. De mensen waren veel zuiniger: voor een tientje doe je
tegenwoordig net zoveel als wij in onze jeugd met een gulden.
| Steeg Achter de Engel,
genoemd naar het hoofdpand aan de straat.
-foto © c. van de maath |
![]() |
burenhulp
Maar er
was ook veel burenhulp, aldus Mien. ‘Marie Drongeler die in het kèinderbed
lag van haar 23ste kind werd door ons moeder geholpen met nieuwe jakken.
Nachtjapponnen bestonden er niet, vrouwen droegen 's nachts een jak, dat niet
meer was dan een lang hemd. En als Marie weer uit het kraambed was, ging ze
zakken kolen rondbrengen voor een dubbeltje’.
Voor vakanties hadden de winkeliers beslist geen tijd. Hun kinderen, voor wie
doorstuderen niet was weggelegd, moesten meehelpen om de kost te verdienen. Mien
Wetzer:,,Wij dopten boontjes in de vakanties, of maakten snijbonen schoon. Ons
Lien deed verstelwerk, zij stikte nieuwe onderbroeken voor vader en knipte
schorten voor moeder en onszelf.
'gezondheidswinkels'
Wij stonden elke dag om 4 uur op. Dan was het met de duwkar bloemkolen, uien
of aardappelen halen aan de haven bij de Rotterdamse boot', vertelt Mien Wetzer,
die al op haar dertiende 'een handwagen voor d'r buik kreeg'. 'Onze enige
afleiding was het patronaat van de St.Cathrien in de Berewoutstraat. Daar stond
een echt naaimachine. Ik heb er bij zuster Cecile stoppen en verstelwerk
geleerd. Je mocht ook nooit van huis. Door de dagelijkse kerkgang en zondags
naar het patronaat kwam je buiten. Je werd dom gehouden, wat wisten wij van het
leven? In 'De Vier Azen' was een Sanitaswinkel, een soort drogisterij waar
medicijnen en voorbehoedmiddelen werden verkochten, de apparaten lagen in de
etalage. Als ik met ons Lien er langskwam zij ze: 'Recht vooruit kijken, Mien'.
Toen ik aan pastoor De Lange eens bij mijn zaterdagse biecht vroeg wat dat voor
een winkel was, zei hij: 'Dat zijn winkels die horen in ons geloof niet thuis.
Die mensen doen aan God noch gebod, ze maken veel huwelijken stuk'.
'Sommige buurtbewoonsters ontvingen ook heren, onder wie Mary Dubbèlle, zoals zij haar naam sjiek had verbasterd, want haar cliëntèle zat in de betere stand', herinnert zich mijnheer C. Schrover. ,,Verkering?", reageert Mien Wetzer verbaasd, ,,daar kon ik niet aan beginnen. Er was er geen een die mij bekoren kon. Ik had genoeg aan mijn vader en moeder, die heb ik al die jaren netjes aan d'r eind gebracht'.
Vughterdijk [2]
Achter
de drie Bossche hoofdstraten speelde zich het volksleven af. In de nauwe
straatjes woonden de authentieke Bossche burgers in krap behuisde
arbeiderswoninkjes. Een groot deel van het huiselijk verkeer voltrok zich op
de stoep vòòr de woningen, waarvan de meesten geen toilet hadden. Die
beperkingen bevorderden wel de saamhorigheid en het groepsleven.
De Vughterpoort was door de talrijke steegjes een verzameling van
achterbuurten in de letterlijke betekenis van het woord.
Volkstypen
en andersoortige opvallende figuren gaven de buurt zijn bonte kleuren. Bekend
stonden De Sjang Huiskens, die met zijn 'harmonica' de kermissen afliep, De Pèp
van Gelder uit de familie van orgeldraaiers Van Gelder/Heesbeen en niet te
vergeten de marktmeester van de visafslag M. Dorenbosch, die op de Vughterdijk
en in de polder zijn ijskelders had. Het zijn allen vergeten figuren.
groentewinkelier
Wetzer
** zie opmerking
Ook
vergankelijk is Mien Wetzer, dochter van de groentewinkelierster 'de Dikke
Lien Wetzer'. Maar haar herinneringen zijn bewaard gebleven.
Mien vertelt over de bijgelovigheid en inventiviteit van de bewoners. Met
improviseren werd het leven nog draaglijk gehouden. ,,Kinderen die kinkhoest
hadden werden naar 'het gasbriek' gestuurd aan de Vughterweg, omdat de lucht
van verbrandde cokes de ademhaling verlichtte. ,,In de tijd waarin er geen
weelde was", zo vertelde de inmiddels overleden Mien Wetzer van de
voormalige groente-en fruitwinkel, eerst op 216, later op nummer 242, ,,moest
je wel wat verzinnen. Een sigarenmaker verdiende zeven gulden in de week. De
mensen waren veel zuiniger, maar wel hulpvaardiger", zo blijkt uit haar
verhalen.
In
'De Halve Maan', het steegje langs de groentezaak, woonde Marie Drongeler, die
een gezin van 22 kinderen had te onderhouden. Zij waste voor de rijkere mensen
uit de buurt. Met haar emmer haalde zij vanaf het trapke naar de Binnendieze
water voor de wasketels waarin zij het bonte en het witgoed kookte.
Mien
Wetzer:,,Marie moest in het kèinderbed van haar 23ste kind bevallen. Van
enkele buurtbewoonster kreeg zij hulp, onder wie van ons moeder, die voor haar
nieuwe jakken naaide. Nachtjapponnen bestonden er niet, vrouwen droegen 's
nachts een jak, dat niet meer was dan een lang hemd."
altijd
werken
Tijd
om op vakantie te gaan hadden de winkeliers niet. Hun kinderen, voor wie
doorstuderen niet was weggelegd, moesten meehelpen om de kost te verdienen.
Mien Wetzer:,,Wij dopten boontjes in de vakanties, of maakten snijbonen
schoon. Ons Lien deed verstelwerk, zij stikte nieuwe onderbroeken voor vader
en knipte schorten voor moeder en onszelf. Wij stonden elke dag om vier uur op
om met de duwkar bloemkolen, uien of aardappelen te gaan halen aan de haven
bij de Rotterdamse boot. Met carnaval of tegen de kermistijd leenden de
vrouwen, die slecht bij kas zaten geld, ondermeer bij kruidenier Tiebosch.
Op
een gulden betaalde je een kwartje rente. Tiwbosch is dood in zijn winkel
gevonden, zijn geldbuideltje zat tussen zijn vingers geklemd. Men zegt wel eens:
'Geleend geld da's geld wat geen zegen opbrengt'. "
**Opmerking
verhaal Mien Wetzer: De verhalen van Mien Wetzer moeten overigens met een
korreltje zout worden genomen. De
winkels van Wetzer en Tiebosch zaten resp. op Vughterdijk nummer 242 resp. 246.
De beide ondernemers- gescheiden door een woonhuis- zaten zo dicht op
elkaar dat er uiteraard sprake was van concurrentie. Lien kwam ' s morgens
voor ze begon eerst bij ons vader voor het raam kijken hoe duur hij de artikelen
geprijsd had. ..'
Op het verhaal hebben Leo Tiebosch *191939 en Annie Burg-Tiebosch *1931
gereageerd. Leo ontkent dat er geld werd geleend terwijl Annie zegt
dat dat vroeger wel eens voorgekomen zal zijn. Maar dat vader Tiebosch met een
geldbuideltje in zijn handen is gestorven gaat hen wel wat ver.. '
Ons vader
is in de Verwersstraat aan een hersenbloeding overleden en nog bij mensen
aan de overkant [Van Hassel] in huis opgenomen. Dat ie in zijn winkeltje
zou zijn overleden, is gewoon gelogen.'
' Nee wat Mien Wetzer heeft verteld is allemaal kwaaitongen wat ze vroeger vaak
deden over elkaar..' , aldus de Tieboschen.
de
café's van de dijk
In
een café zul je Mien nooit gezien hebben. Vrouwen kwamen daar niet. Er waren
wel enkele café's aan de Vughterdijk, zo vertelt zij. Op de Molenberg was het
café van Frans Harens. De boeren uit de Meierij onderweg naar de Bossche markt,
reden hun karren door de poort naar de binnenplaats. Naast Harens was het café
van Kee de Jong, waar Mien wel eens een naakte vent naar buiten heeft zien
rennen, achterna gezeten door een kadévrouw [hoer]. Die vent heeft
waarschijnlijk gedacht dat hij 'het' cadeau kreeg. Op het hoekje van 'Achter het
Fortuyn' en halverweg de Vughterdijk heeft ook nog een café gezeten. Van het
eerste is zij de naam vergeten, het andere, naast horlogemaker Van der Aa,
heette De Uil en was van de familie Pelzer. Hoofs stoffen is er tegenwoordig
gevestigd.
Tot
slot was op de hoek met de Kuipertjeswal tot in de jaren vijftig het meer
bekende café 't Arendje van Schraven gelegen.
voetbalgek
Het
enige wekelijks vertier was voetballen kijken. Elke zondag als BVV thuis
speelde, liep Mien met haar zus Lien naar Heidelust in Vught. Voetballen was
haar hobby, maar ook het 'ter bedevaart gaan' werd als een dagje uit beschouwd.
De bedevaart naar Wittem bij Roermond was de enige keer in het jaar dat Mien
Wetzer buiten Den Bosch kwam. En verkering? "Verkering", roept Mien
verbaasd, ,,daar kon ik niet aan beginnen. D'r liepen bij ons vijf van die
kerels de deur plat, mij kon er geen een bekoren. Ik had genoeg aan mijn vader
en moeder, die heb ik al die jaren netjes naar d'r eind gebracht".
---------------------------
Link naar Vugter[straat]weg
naar Vughterstraat [winkelstraat]
naar Vughterstuw