| In de Boerenmouw, een van de mooiste steegjes die de stad kent, hoewel
het straatje in de jaren dertig/veertig een nog romantischer aanblik had door
de oudbouw en de pergola's die er toen stonden.
-foto © marten coverack, 20 oktober 2001. |
![]() |
Ad van Drunen [BAM] 'ontdekt' oude steegjes / den bosch, maart 2006.
De Putgang -[pagina steegjes aangevuld met Putgang in mei 2002]
Uilenburg [ u gaat naar aparte pagina Uilenburg]
Windmolenbergstraat en omgeving
----------------------------
Ad van Drunen [BAM] 'ontdekt' oude steegjes/ den bosch, maart 2006.
In zijn studie' Van straat tot stroom' waarin ir Ad van Drunen de 450 middeleeuwse panden rond de Markt beschrijft, zijn door deze bouwhistoricus de conclusies neergelegd van de technische staat van deze panden. In de hoofdstukken worden die panden beschreven. Ook komt daarbij de geografische ligging aan de orde. Interessant zijn straten en steegjes die voor velen tamelijk onbekend zullen zijn/waren. [zie hieronder bij Van Drunens marktonderzoek
Van Drunen schrijft ondernemer de handel was in
de hoofdstraten en vooral op de Markt geconcentreerd. Ook de herbergen waren
hier te vinden. De welgestelden woonden in de grotere huizen in de hoofdstraten.
De handwerkers een de armen woonden inde smalle steegjes.
Van Drunen maakt een indeling onder andere ook per bouwblokken. Rond de Markt
zijn die blokken, die vaak gescheiden waren door stegen, nog redelijk
herkenbaar. In zijn beschouwing neemt de historicus ook de kelders mee, maar
-hoe interessant ook qua ambacht en bewoning - gaan we daar in dit kader niet op
in.
![]() |
![]() |
![]() |
De gevelrij aan de Noordzijde van de Markt, die gelegen is op het hoogste punt van een zandrug. Die werd gevormd door Dommel en Aa. Daar bevond zich ook de eerste nederzetting van de stad. Tussen of op de percelen van deze veelal middeleeuwse panden zitten oude steegjes verscholen. Deze steegjes Meelpoort [achter de VVV], Muizenhol of het Wanstraatje zijn bij verbouwingen van de panden nagenoeg verdwenen. Het steegje Achter 't Hert [of Hort] is in Central [de Hoofdwacht] nog herkenbaar aanwezig.Het liep van de Raamstraat naar de Markt. - foto's © paul kriele, 28 maart 2006.
![]() |
De achterzijde van de Markt, achter
C&A en Hotel Central. Deze straat heette tot de aanleg van het Burg
Loeffplein 'Achter het Raam'. Dat was een bekend straatje van de
volksbuurt De Pijp.
Van achter 'Achter het Raam' liep dwars door wat nu Central is, de steeg 'Achter het Hert' of 'Hort' naar de Markt. - foto's © paul kriele, 28 maart 2006.
|
![]() |
De stad telde omstreeks 1500 bijna 18.000
inwoners en zelfs dertig jaar later, bijna 20.000 en was daardoor -even -
groter dan Utrecht. Die haardsteden [op basis van stookplaatsen] omvatte ook
Orthen en Den Dungen die toen tot het vrijdom van Den Bosch hoorde.
Kelders werden vaak apart verhuurd/bewoond en de haardvuren werden ook apart
geteld.
Achter de panden aan de Markt, waarvan de percelen vaak doorliepen tot aan de
Marktstroom [na 1960 gedempt] stonden kleinere huizen waar arme burgers en
eenvoudige ambachtslieden woonden.
Die marktpanden hadden vaak de functie van brouwerij of herberg omdat ze en groot waren en van het Diezewater gebruik konden maken. Meestal zat er ook een kelder, trap, overkapping of pothuis onder, bij en/of voor het huis.
steegjes
In de Marktstraat, achter de Moriaan [VVV], een pand dat aanvankelijk geen
hoekpand was, lag halverwege het steegje de Meelpoort dat toegang gaf tot een
achterterrein waar cameren stonden.
--------------
Van
Drunens marktonderzoek in boekvorm /
den
bosch, 9 maart 2006.
Vandaag verschijnt
eindelijk het onderzoek dat ir. Ad van Drunen verrichtte rond de
Bossche Markt in boekvorm. Eindelijk, omdat de Bosschenaar die in 1975 in
dienst kwam bij de BAM, lang opzoek was naar een uitgever voor zijn
proefschrift. De Stichting ABC
financiert het boek dat bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg verschijnt. De
conclusie van de bouwhistoricus is dat van de 450 gevels van Pensmarkt en Markt
en directe omgeving 95% authentieke
middel eeuwse panden zijn waarvan ook de percellering stamt uit de 16e
eeuw.
De werktitel is ’s-Hertogenbosch van straat tot stroom dat slaat op de
perceelslengte die vaak loopt van straat [vaak de Markt maar ook de andere
Bossche straten, zoals de Hooge Steenweg, Hinthamerstraat, Vughterstraat of
Postelstraat] tot aan de Binnendieze. Uit dat onderzoek is een huizenatlas van
de binnenstad voortgekomen waarin alle – oorspronkelijke -
technische bouwelementen beschreven staan. Van Drunen, die ere-lid is van
het Bosch Kelder Genootschap, pleit er voor de kelders onder de panden ook nog
eens in een aparte studie op te nemen. Voor zijn werk ontvangt Ad van Drunen
vandaag ook de Historische Prijs van Noord-Brabant. -/© paul krielehttp://www.bastion-oranje.nl/markt.htm
‘s-Hertogenbosch kent talrijke steegjes,
onbekende straatjes met welluidende namen, zoals Krengelgang, Uilenspiegel, St.
Teunisganske, Achter de Roskam of het Rozenmarijnstraatje. Dat laatste straatje
loopt van de Hinthamerpromenade naar 'Dieske', het Bossche Mènneke Pis.
Straatjes werden in de middeleeuwen vaak genoemd
naar heiligen of naar het voorname huis aan de hoofdstraat. Maar vele steegjes,
zoals die uit de volksbuurten 'De Pijp', de Hofstad en nabij de
Windmolenbergstaat zijn rond 1960 verdwenen bij de sloop van deze wijken.
![]() |
![]() |
![]() |
fotobijschrift: Drie steegjes: De Drie Mollen [Hinthamerstraat] , Achter de Engel [Vughterstraat], Achter de Wereld [Peperstraat].-/foto's C. van de Maath Uit Boek 'Ge kunt me nog meer vertelle...'
----------------------
Steegjes geven de oorspronkelijk verkaveling aan
van de percelen in oud 's-Hertogenbosch. Geografisch bekeken vormen zij de
verticale percellering van de binnenstad.
De meeste dateren uit de eerste eeuwen,
kort na de stichting van de stad in 1185. Door de groei van 's-Hertogenbosch, de
plek die de hertog van Brabant als zijn domicilie koos, moest de eerste
omwalling verlegd worden. Dat gebeurde zeven eeuwen geleden.
De allereerste landpoorten werden verplaatst naar het einde van de
Hinthamerstraat, het einde van de Orthenstraat en nog een poort-de
Vughterbinnenpoort- ter hoogte van de Kuipertjeswal. Er waren ook twee
waterpoorten, nabij Knillis en aan de Oliemolensingel. Tussen de poorten werd
een nieuwe stadsmuur opgetrokken. Rond 1400 zou er nog een uitbreiding volgen
met de huidige Vughterpoort en het Hinthamereind. Die situatie bleef eeuwen
bestaan.
eerste verkaveling
Eind van de vorige eeuw zijn de meeste poorten en
verdedigingwerken gesloopt. Om de nieuwe percelen aan te duiden die binnen de
eerste uitbreidingen kwamen te liggen, moest er een verkaveling komen: percelen
die door straten en stegen afgebakend werden. Zo zijn de honderden steegjes
binnen de wallen ontstaan.
Bij het paleis van de hertog in de
Hinthamerpromenade, liep het nog bestaande steegje 'Achter de Vuurstraal', wat
de nieuwe naam is voor het 'Gruytstraatje'. Gruyt was een kruid, dat gebruikt
werd voor het brouwen van bier. De gruytmeester inde de belasting -de gruyt- die
daarover werd geheven. Vermoed wordt, dat één van de voorvaders van de familie
De Gruyter gruytmeester is geweest.
eerste stadsuitbreiding
Pas toen er 150 jaar geleden ruimtegebrek in de stad ontstond, werden de steegjes steeds dichter bebouwd om grote gezinnen te kunnen huisvesten. In 1874 raakte de stad bevrijd van haar positie als vestiging, waardoor die omknellende wallen en vestingwerken konden worden 'geslecht'. De wijken de Muntel, de Vliert, West en geleidelijk aan ook Noord en Maaspoort zijn zo ontstaan. De eerste stadsuitbreiding was 't Zand, waar in 1896 een nieuw station kon worden gebouwd, als vervanger van het eerste houten station van 1868. Precies honderd jaar later begint de stad in 1996 aan de bouw van zijn inmiddels vierde station.
![]() |
![]() |
![]() |
Linkerfoto:In de Kolperstraat lag achter dit
winkeltje van voorheen Sjo Bodar een lagere school. Het poortje links was de
toegang tot die school die er rond 1825 heeft gestaan..
Recent was het een antiekwinkeltje en
nu een second-labelstore.
Op de middelste foto het Kruisbroedersstraatje. en
rechts Café Het Pantoffeltje gelegen naast de Putgang in de Korte
Putstraat.
-foto's
C. van de Maath foto uit Boek 'Ge kunt me nog meer
vertelle..'
Oude straatnamen [Nieuwsbrief
Bastion Oranje, 5 september 2001]
Op de plek van het
voormalige bejaardenhuis Antoniegaarde [1956-2000] komen twee straatjes terug
die refereren naar de oorspronkelijke steegjes in de buurt.
Links naast de kapel liep
het St. Antoniestraatje en rechts de Stijfselpot. Daar waren ook nog de Krengelgang, Uilenspiegel en Achter de
Roskam. Originele namen van dwarsstraatjes tussen de Diepstraat en de
Windmolenbergstraat.
Aannemer Hoedemakers is op
deze geliefde locatie bezig met de bouw van 150 seniorenappartementen en zes
stadsvilla’s. Bovendien komt er een park, parkeergarage en een fietsenstalling.
De kapel wordt een - openbaar- grand
café. De SWH en de Van Nijnselstichting zijn straks de eigenaars/beheerders.
Van Hettema, van buro Molenaar-Koeman uit Vught is de architect.
Hoedemakers hoopt
halverwege 2002 met de bouw klaar te zijn.
Verdwenen steegjes
Voor velen leiden die straôtjes een onopvallend
bestaan. Er zijn zelfs weggemoffelde en met
hekken afgesloten steegjes.Die zijn of dichtgemetseld of liggen achter
winkeletalages. Dat was in vroeger jaren wel anders. De steegjes
gaven in tijden van woningnood en sociale armoede ruimte voor het bouwen van
kleine arbeidershuisjes, sommigen staan zelfs bekend als cameren. 'Camer'
betekent niets anders als eenkamerwoning.
![]() |
Het Peter de Gekstraatje ligt tussen
de panden Orthenstraat 65 en 67 en is genoemd naar een merkwaardige
ambtenaar van de gemeente die al lang in de vergetelheid zou zijn geraakt
als er niet een steegje naar hem was genoemd.
-foto © gerard monté.
|
![]() |
Een factor was ook dat de stad zich niet buiten de stadsmuren mocht uitbreiden. Dat heeft geduurd tot circa 1874 bij de opheffing van de vestingwet, waardoor de stad zijn positie als verdedigingsstad verloor. Toen konden ook de vestingwerken worden opgeheven [gesloopt].
Pas in de tachtiger jaren van negentiende eeuw werd met huizenbouw begonnen op de Plein [het schootsveld voor de Citadel gelegen op het Ortheneind en kon 't Zand worden gerealiseerd, de eerste stadsuitbreiding na eeuwen!
|
De situatie in de Orthenstraat tussen de nummers 65 en 67 vóór de restauratie van de voormalige drogisterij. -foto © gerard monté |
![]() |
Maar het zou nog tot in de jaren zestig duren voordat die armoedige volksbuurten en steegjes werden geamoveerd. Amoveren is een mooi woord uit de jaren vijftig/zestig en betekent gewoon voor slopen. Deze sanering is door wethouder Nico Schuurmans geïnitieerd.
![]() |
De woning nu gelegen op het Water-en
Vuurplein maar vanouds achterin het Peter de Gekstraatje, zijn de enige
bewaarde cameren in Den Bosch. Ze staan in volle belangstelling door de
renovatie van de hoekpanden Orthenstraat 65 en 67. Deze camere is eigendom
geworden van de 'Stichting tot Behoud Brabantse Monumenten'.
-foto © gerard monté.
|
![]() |
steegje Achter de Pluim
Recent [april/mei 2001] is het pand 'In de
Witte Pluim' op Orthenstraat 59 gerenoveerd nadat bewoner Wijga een nieuwe
woning op het Water en Vuurplein had betrokken. Bij dat herstel is het inpandige
steegje 'Achter de Pluim' gedicht en bij de woning getrokken. De trap-in-de-hal
is weggehaald. Het steegje, gelegen achter de
poort naast de voordeur, is nog wel herkenbaar.
Peter de Gekstraatje
Het steegje tussen 65 en 67 is genoemd naar een ambtenaar/bode van het
stadhuis. Hij zou geleefd hebben eind negentiend eeuw. Peter De Gek was de
bewaarder van de sabels van de regenten. Van hem is een portret bekend dat in de
bodenkamer heeft gehangen, aldus beschrijft SasseVan IJsselt.
Het steegje had oorspronkelijk 'Solstraatje' als naam.
Hoge Steenweg
Het boek van de F.van Lanschot Bankiers [juli 2002]
beschrijft de panden Hooge Steenweg 27, 29 en 31, achtereenvolgens De
Zijde Spek, de Roos en de Pijnappel [v/h de Zon]. Inpandig in De Zijde
Spek loopt een steegje [gangje] dat midden 19e eeuw door de bewoner
postmeester Cremers bij het voorhuis is getrokken. Dat
steegje liep oorspronkelijk naar Achter de Tolburg en werd Kerkstraatje genoemd0
mogelijk afgeleid uit de tijd van de schuilkerken. Tot 1773 was het
o.a.katholieken nog verboden hun godsdienst uit te oefenen.
Windmolenbergstraat
en omgeving
De
grootouders van Klaas Smits en Jacoba (Koosje) Hertog-van den Bergh waren
Antoon van den Bergh en Jacoba van Boxtel. Zij woonden in de Krengelgang. Deze
Toon van den Bergh was een bekende koperhandelaar. Maar niet alleen koper elk
soort handel viet hij aan’,vertelt diens kleindochter. Wat hij kon opkopen
op veilingen of bij boeren daar maakte hij door verkoop of ruiling geld van.
![]() |
De Antoniuskapel die inmiddels los is komen te staan van
zijn in 1956 gebouwde omgeving. Najaar 2000 ging het bejaardenhuis
Antoniegaarde tegen de grond.
-foto © gerard monté, |
De Krengelgang was een steegje tussen de Diepstraat en de Windmolenbergstraat. De insteek van de Diepstraat, als zijstraat van de Zuid-Willemsvaart. Ook de Uilenspiegel en Achter de Roskam waren straatjes, die de Diepstraat en de Windmolenbergstraat met elkaar verbonden. Bij de bouw van de aanleunflats van Antoniegaarde in 1956 is deze volksbuurt verdwenen. ‘De steegjes liepen dood op de warmoezerijen van Bossche groentehandelaren en tuinders’, zo vertellen de kleinkinderen van Toon van de Bergh. De tuinders Tinuske en Janus Broers, Kees Vugts en Verhoeven hadden hun landerijen, die zich tot aan de stadswallen uitstrekten. In de jaren dertig zijn er de villa's gebouwd van ondermeer welgestelde Bossche dokters en ondernemers onder wie C.N. Teulings en Weijffels.
| Rechts het voormalige complex Antoniegaarde en links
daarvan begint een huizenrij -ook- gebouwd in de jaren vijftig. Naast het
tweede huis van links liep de Diepstraat min of meer evenwijdig aan de
Windmolenbergstraat. De genoemde steegjes waren dwarsstraatjes van beide
straten.
-foto © gerard monté. |
![]() |
Louis Aartsstraat
De
straatnamencommissie heeft besloten een - nabij het nieuwe complex terugkerend
straatje- de naam Louis Aartsstraat te noemen. Het is terecht dat uit
eerbetoon Louis Aarts een naam krijgt,
maar is het wel zo juist om dan een historische naam daar voor op te geven in
een wijk waar geheel andere straatnamen gelden.
Aan Louis Aarts is een aparte pagina besteed. klik op Aarts
Bij
het bekijken van de vergeelde foto's van de voorouders Van den Bergh, vallen
de joodse trekjes op. ,,Grootvader moet afkomstig zijn uit Duitsland. Maar hij
is op 9 maart 1875 in Breda geboren", vertelt Koosje Hertog-Van den Bergh,
terwijl ze uit het dressoir de bidprentjes tevoorschijn haalt. Omstreeks 1890,
toen 'de grote kerk' werd gerestaureerd, is grootvader als leiendekker naar
Den Bosch gekomen. Daar heeft hij 'opoe' Jacoba van Boxtel leren kennen. Kort
voor 1900 zijn ze getrouwd. De familie vond dat grootvader beneden zijn stand
was getrouwd. De 'Van Boxtels' woonden op 'het kamp'.
Tot
in de jaren dertig was 'het Stortje' langszij de Hekellaan ingericht als
woonwagenkamp. ,,Daar kwam grootmoeder vandaan", herinnert zich mevrouw
Hertog die ook nog haar overgrootmoeder heeft gekend. ,, Zij had een
snoepwinkeltje in de Diepstraat. Voor het raam stond zo'n grote bak vol snoep.
Voor een halve cent mocht je die ronddraaien en waar de pijl bleef staan kon
je een sep, salmaniak, een toffee of jodenvet uitzoeken".
![]() |
Een foto uit archief van 'de Schoenkap met vlnr:Allegonda
van den Bergh"[e meoder van de kinderen vooraan op de foto], Koosje,
Marietje ,en onder Betsie, Frans Tini en Riek van den Bergh.
Toon of Henk zal waarschijnlijk de foto genomen hebben. |
opkopers
In
de buurt zaten volop handelaren, kooplui en sigarenmakers. Behalve de kooplui
Jan, Piet en Leo van den Bergh woonden in de Diepstraat parapluhersteller Sjo
van Boxtel, Jo van Drunen, die in stoffen deed, Toon Passon handelaar in
lompen en oud ijzer, evenals Jo van Erp. 'Achter de hekkes' woonde
filmoperateur Driessen, die aan huis stomme films draaide en 'de schele
Spruijt', venter in galanterieën. Vaak werkten gezinnen thuis als
sigarenfrutters of tabaksstriepers, zoals 'de kop Batens' een muzikant, die in
loondienst was bij sigarenfabriekje van Kuipers aan de Oostwal.
kinderrijke buurten
In die jaren waren de gezinnen verzekerd van een grote kinderschare. Het kwam regelmatig voor dat moeders in het 'keinderbed' lagen van hun tiende of zoveelste kind. Mevrouw Hertog over haar jeugdherinneringen: ,,Opoe's had niet veel tijd voor haar kinderen of kleinkinderen. Wat denkt-de-gij met zeventien kinderen? Als je er bleef eten, ging opoe met d'r bord op schoot achter den haard zitten, de kinderen kropen op de trap en opa zat breeduit aan tafel. Daar kwam verder geen mens aan.
Als
ons moeder in het kraambed lag, kregen wij middageten van juffrouw Wijffels
van de lagere school. Dat was vroeger zo geregeld. Ik zat in de Torenstraat op
school. Met een panneke ging ik bij Wijffels aan de Parklaan eten halen.
' Grootvader was een trotse vent, rijzig en fors, een echte koopman, die alles
wat bruikbaar opkocht en verhandelde of ruilde. Van mijn ooms en tantes
herinner ik mij het meest tante Trien die mij voor mijn eerste communie nog
heeft aangekleed. Tante Trien werkte bij Philips in Eindhoven. Philips begon
in de jaren twintig/dertig pas op te komen. Veel Bosschenaren trokken er met
de fiets of per trein naar toe om er meer te kunnen verdienen dan bij De
Gruyter.
bijnamen
![]() |
![]() |
![]() |
fotobijschrift: Wederom drie Steegjes vlnr:de binnenplaats van de Poort van Diepen in de Kruisstraat, het steegje naast de smederij van Ad van de Wiel, voorheen Scheffers in de St.Jorisstraat, en de voormalige meubelzaak van Henk de Klerk in de Vughterstraat die in het begin van de vorige eeuw een electriciteitszaak was van 'de weduwe M.Puls' zoals op het bovenlicht staat geschilderd. Rechts ernaast liep een steegje naar een werkplaats.
Het
Oud Bogaardenstraatje, gelegen tussen de Verwersstraat en de parkeerplaats aan
de Beurdsestraat. In deze situatie is het richting de Verwersstraat getekend.
Het is een middeleeuws straatje dat het voormalig kloostercomplex van de
Jezuïeten begrensde. Tekening © Aert van
Woensel 1994.
inleiding
Door
de sloop van diverse volksbuurten in de jaren zestig verdwenen daarmee ook
talrijke steegjes. De steegjes op het Hinthamereind bestaan nog wel, maar de
meeste zijn afgesloten, zoals het St. Andriesstraatje, St.Teunisgangske en
Achter den Bijenkorf. Met de sloop van de Pijp, de Beurdsestraat en de
Weversplaats zijn tientallen steegjes verdwenen. Nagenoeg onbekend waren 'Het
Luizenplètske' en 'De Reet van Broek en Buis'. Als een steegje te nauw was om
als straat te dienen kreeg het in de volksmond de bijnaam 'de reet'.
'De
Reet van Broek en Buis' liep vanaf de Beurdsestraat naar de Mortel. Achter deze
tot appartementen verbouwde kazerne, lag het 'Luizenplètske'. ,,Een pleintje,
waar wat 'ONBEWOONBAAR VERKLAARDE WONINGEN' stonden, die illegaal gebruikt
werden als pakhuis of als woning", vertelt Koosje Hertog. ,,Ook mijn opa
Raaymakers van moeders kant, heeft er een pakhuis gehuurd". 'Luizenplètske'
duidt erop, dat er veel todde werd opgeslagen.
![]() |
Foto met orgeldraaier Heesbeen, op zijn toer door de
Weversplaats.
-Foto uit boek Stadsgezichten /collectie Van den Bergh |
Rond
en een tijdje ná 1900 diende de Mortel nog als kazerne voor de cavalerie. De
Mortelsteeg die er langs liep, was tussen zonsondergang en zonsopgang
afgesloten. De straatnaam verwijst naar het landgoed 'De Mortel', dat al voor
de stichting van de stad moet hebben bestaan.
Hier stond een zoekgeraakte foto:Een bekende foto van de Beurdsestraat op de splitsing met de Werversplaats. / collectie Van den Bergh
![]() |
Het echtpaar van den Bergh,
'de schoenkap' dat op de Weversplaats woonde en over wie hun
nazaten enkele anekdoten vertellen.
- foto © collectie Van den Bergh. |
Koosje
Hertog:,,Opa Van den Bergh van vaders kant had wel een paar lieve centen. Hij
had goed geboerd met zijn handel in antiek, dat hij, om het uit Duitse handen
te houden, in de oorlog in niet meer gebruikte rioolputten begroef. Op sommige
koperen borden, bedpannen en haardsierwerk zijn nog de sporen zichtbaar door de
aantasting van salpeterzuur uit de grond. Na de oorlog hebben enkele van zijn
kinderen zijn koopmansgeest overgenomen en zijn doorgegaan in antiek en de
autohandel", aldus mevrouw Hertog.
de
hoeren
,,Overgrootmoeder
Van den Bergh woonde in het Voldersstraatje. Dat was een trotse vrouw, ook uit
een handelsfamilie. Zij ging de boer op met van alles waarmee je maar kon
ventte, zoals kumkes, bordjes en galanterie". Het was een tijd waarin de
sociale dienst nog onbekend was en ieder door neveninkomsten trachtte wat bij
te verdienen. Thuiswerk, zoals in de sigarennijverheid en kinderarbeid was een
algemeen verschijnsel. Koosje Hertog:,,Er waren veel vrouwen, die een 'verdachte'
bijverdienste hadden. 'Marie de Kont' van de Weversplaats, met haar dochters,
van wie de ene in het gesticht terecht kwam. Ook Bertha K. van de Berenbijt,
die boeren van de Veemarkt ontving, of de bekende hoer Marietje L., die door
een bezoeker werd vermoord.
Het
was een volkstableau dat kleur kreeg door de kooplui, de ambachtlieden en de
kleine cafeekes die er lagen. In 'De Lustige Hoempa' aan de Beurdsestraat, of
het café van Fien Fakkers aan de Weversplaats en bij 'Den Duvel Smits' op de
hoek Weversplaats/Beurdsestraat verbrasten de dagloners en weekloners hun
karige loontjes. Maar een vrouw kwam er nauwelijks binnen of het moesten de 'verdachte
dames' zijn.
| Opoe Marie van de Putten werkzaam als visvrouw. Ze staat
hier aan de kar waarmee ze de markten en huizen langs ging. Dit steegje
-de Berenbijt- is het zijstraatje van de
Weversplaats op de grens met de Beurdsestraat, waar opoe van de Putten
woonde.
- -foto collectie frank van den Bergh. |
![]() |
Oma
Kroon-Meijer, die in de Beurdsestraat een water-en vuurhuis had, is de voorouder
van de eigenaars [Verweij??] van het voormalige Café 't Kroontje aan de
St.Jansstraat. Haar zoon 'Broer Kroon' stond met een ijscowagen op de Parade.
goeikôpe
kapper-De
buurt had ook twee kapperszaken: een dure en een goeikope salon. Bij Carel van
Raamsdonk aan de Kemelsharenhoek lieten de middenstanders en de officieren van
het leger zich knippen en scheren. Sommige klanten hadden hun eigen bekertje met
kwast en scheergerei, dat ze voor een dubbeltje huurden.
Kapper 'De Rooie Smits' had het buurtvolk als klant.
Beneden
was het water-en vuurhuis van Mijdam, waar je voor een dubbeltje een wastobbe
kon huren. Op maandag zette grootmoeder Raaymakers de wastobbe op het stoepke
voor de deur en schrobde daar de lakens, schorten en hemden.
Ons
moeder kon lekker koken, maar als ze bij Van Gelder de pan eten, die ze bij 'de
paters' hadden gehaald, op tafel zette, dan aten wij graag mee. Het gezin van
Janus van Gelder telde 23 kinderen, daar zijn er wel enkele vroegtijdig van
overleden. Al dat spul moest op zolder op een baal stro slapen en de ouders in
een bedstee. De huisjes waren nu eenmaal niet groot, een aparte keuken was er
niet, en zeker geen badkamer. Het in-bad-gaan gebeurde in een teil in de keuken".
saamhorigheid
Aan
saamhorigheid heeft het in een volksbuurt nimmer ontbroken. Bekend was het
volksstuk 'Bosch' Marike', dat eind jaren veertig door de gezamenlijke
gemeenschap van Beurdsestraat en Weversplaats in het Casino werd opgevoerd. In
dat spel van Tom Brouns bestond er geen grenzen tussen de parochies St.Jan en
St.Cathrien, die midden door de buurt liep. Maar met het vervagen van die
grenzen zijn ook de volksbuurten aan de slopershamer ten onder gegaan.
De Kruisbroedersstraatje nabij de St.Cathrien kent een steegje waarover smid Ad van de Wiel vertelde. De eeuwen oude smederij staat op het erf achter zijn woonhuisje in de St.Jorisstraat. Daarachter, aldus Ad liep een steegje parallel met de Jorisstraat en ook parallel met de Kruisbroedersstraatje. Het steegje begon naast ht hoekhuis van het Kruisbroedersstraatje. Een gemetseld vierkant in de muur herinnert daar nog aan..
Voor de oorlog was de Vughterstraat gesplitst in
Vughterdijk en Vughterstraat. Ter hoogte van de Kuipertjeswal en Achter de
Bogaard begon een nieuwe nummering. De Vughterstraat telt nog steeds talrijke
steegjes, waarvan sommigen intussen met een hek zijn afgesloten. Evenals in de
Hinthamerstraat zijn er ook enkele onzichtbare inpandige straatje die na 1629,
in de tijd van de reformatie, toegang gaven tot schuilkerken. Langszij
Vughterstraat 54 liep een steegje naar een kerk-op-zolder. De kerkgangers konden
er ook via St.Jorisstraat 14 komen, of in noodgeval langs vluchten.
In diezelfde Vughterstraat nummer 92, ter hoogte van
Henk de Klerk, was een inpandig straatje, evenals tussen de Van Sonsteeg en de
Halve Maan op perceel 262-264. Dat steegje gaf toegang tot de H. Corneliskapel.
Op de Parklaan verwijst de Cornelishekelssluis, die nog onderaan de stadsgracht
zichtbaar is, naar deze kapel.
Recht tegenover de Kuipertjeswal , naast de muziekwinkel
van Goosen en Swagerman [nr.129] liep een doorsteek naar de Westwal, alwaar op 'Het
Bolwerk met de boompjes', een molen heeft gestaan.
![]() |
![]() |
![]() |
Op bovenstaande foto's: links. Het steegje 'Achter de Wereld' , zuidzijde op de grens met het Koestraatje in de Verwersstraat, middenin: de binnenplaats van de 'Poort van Diepen' en rechts een steegje met een onbekende naam dat loopt van de Parklaan naar de boerderij van Victor van der Wielen in de Vughterstraat.
bierbrouwerijen
De
Vughterstraat was ook bekend om zijn brouwerijen, zoals 'Het Swart Ancker',
achter nummer 170-172, 'Cromvoirts Welvaren' en 'Vucht's Welvaren' helemaal
achteraan op de plek van de flat 'Sonneveld'. Vanuit zuidelijke richting kwamen
de inwoners van de Meierij hier de stad binnen.
De
namen lokten hen om in 'hun' herberg een vertering te gebruiken. Eenenveertig
brouwerijen moeten er alleen al in de Vughterstraat hebben gestaan. Ze gingen
schuil achter de voorgevels, maar allen gebruikten ze de Binnendieze als
koelwater. Brouwerij 'De Klok', is verdwenen. Alleen het steegje herinnert er
nog aan. Maar 'Het Swart Ancker' werd in 1986 gerestaureerd'.
Ook
in de brouwerij van Van Gulik, tegenwoordig 'Kings Cross', wordt nog steeds bier
verkocht, al is het dan geen Bosch' bier. De gidsen van de rondvaartboten
verwijzen op de plek, waar de boot onder de Vughterstraat door gaat, naar
herkenningspunten van de voormalige
brouwketels.
Ter
hoogte van deze onderdoorgang lag voorheen de Molenbrug, wat nog te zien is aan
de gevelsteen in het aangrenzende smalste pandje van de Vughterstraat, dat
vroeger een openbaar pissoir was. Onder de wieldruk van het stadsverkeer is
ongeveer twintig jaar geleden de toog ingezakt.
De
meeste gezinnen in de Vughterstraat woonden in de steegjes, waarlangs de
arbeidershuisjes werden gebouwd. Ze stonden vaak gegroepeerd op een binnenplaats,
waar de bewoners gebruik maakten van simpele houten poepdozen, soms één enkele
wc voor negen gezinnen.
Jan
Stap Netjes
Ludieke
figuren hadden er hun huisje, onder wie de kaartlegster Nellek van Achter de Kan,
of Jan Corten, meergenaamd 'Jan Stap Netjes', die op de binnenplaats van perceel
229 een achterhuisje bewoonde. Jan had in de Atjehoorlog een geslachtsziekte
opgelopen, waardoor hij zo 'keurig' stapte. Jan stond erom bekend dat hij dooie
katten vrat en van het vet een smeersel maakte tegen winterhakken. Het steegje
dat schuil gaat achter een normale voordeur, werd onlangs door Aannemersbedrijf
A.de Wit gerestaureerd tegelijk met het weer bewoonbaar maken van het voormalige
huisje van Jan Corten.
De
mensen waren vaak bijgelovig, ook wel eens inventief. Kinderen die kinkhoest
hadden werden naar 'het gasbriek' gestuurd aan de Vughterweg, omdat de lucht van
verbrandde cokes verlichtend zou werken op de ademhaling. 'In de tijd waarin er
geen weelde was,' zo vertelde Mien Wetzer* van de voormalige groentewinkel
op nummer 242, 'moest je wel wat verzinnen. Een sigarenmaker verdiende zeven
gulden in de week. De mensen waren veel zuiniger: voor een tientje doe je
tegenwoordig net zoveel als wij in onze jeugd met een gulden.
burenhulp
Maar er was ook veel
burenhulp, aldus Mien. ‘Marie Drongeler die in het kèinderbed lag van haar
23ste kind werd door ons moeder geholpen met nieuwe jakken. Nachtjapponnen
bestonden er niet, vrouwen droegen 's nachts een jak, dat niet meer was dan een
lang hemd. En als Marie weer uit het kraambed was, ging ze zakken kolen
rondbrengen voor een dubbeltje’.
Voor
vakanties hadden de winkeliers beslist geen tijd. Hun kinderen, voor wie
doorstuderen niet was weggelegd, moesten meehelpen om de kost te verdienen. Mien
Wetzer:,,Wij dopten boontjes in de vakanties, of maakten snijbonen schoon. Ons
Lien deed verstelwerk, zij stikte nieuwe onderbroeken voor vader en knipte
schorten voor moeder en onszelf.
'gezondheidswinkels'
Wij
stonden elke dag om 4 uur op. Dan was het met de duwkar bloemkolen, uien of
aardappelen halen aan de haven bij de Rotterdamse boot', vertelt Mien Wetzer,
die al op haar dertiende 'een handwagen voor d'r buik kreeg'. 'Onze enige
afleiding was het patronaat van de St.Cathrien in de Berewoutstraat. Daar stond
een echt naaimachine. Ik heb er bij zuster Cecile stoppen en verstelwerk geleerd.
Je mocht ook nooit van huis. Door de dagelijkse kerkgang en zondags naar het
patronaat kwam je buiten. Je werd dom gehouden, wat wisten wij van het leven? In
'De Vier Azen' was een Sanitaswinkel, een soort drogisterij waar medicijnen en
voorbehoedmiddelen werden verkochten, de apparaten lagen in de etalage. Als ik
met ons Lien er langskwam zij ze: 'Recht vooruit kijken, Mien'. Toen ik aan
pastoor De Lange eens bij mijn zaterdagse biecht vroeg wat dat voor een winkel
was, zei hij: 'Dat zijn winkels die horen in ons geloof niet thuis. Die mensen
doen aan God noch gebod, ze maken veel huwelijken stuk'.
'Sommige
buurtbewoonsters ontvingen ook heren, onder wie Mary Dubbèlle, zoals zij haar
naam sjiek had verbasterd, want haar cliëntèle zat in de betere stand',
herinnert zich mijnheer C. Schrover. ,,Verkering?", reageert Mien Wetzer
verbaasd, ,,daar kon ik niet aan beginnen. Er was er geen een die mij bekoren
kon. Ik had genoeg aan mijn vader en moeder, die heb ik al die jaren netjes aan
d'r eind gebracht'.
Een helaas afgesloten steegje van de Vughterstraat [achteraan]: Achter het Fortuyn. Tekening © Aert van Woensel 1999.
Vughterdijk [2]
Achter
de drie Bossche hoofdstraten speelde zich het volksleven af. In de nauwe
straatjes woonden de authentieke Bossche burgers in krap behuisde
arbeiderswoninkjes. Een groot deel van het huiselijk verkeer voltrok zich op de
stoep vòòr de woningen, waarvan de meeste gezinnen geen toilet hadden. Die
beperkingen bevorderden wel de saamhorigheid en het groepsleven.
De Vughterpoort was door de talrijke steegjes een verzameling van achterbuurten
in de letterlijke betekenis van het woord.
Volkstypen
en andersoortige opvallende figuren gaven de buurt zijn bonte kleuren. Bekend
stonden De Sjang Huiskens, die met zijn 'harmonica' de kermissen afliep, De Pèp
van Gelder uit de familie van orgeldraaiers Van Gelder/Heesbeen en niet te
vergeten de marktmeester van de visafslag M. Dorenbosch, die op de Vughterdijk
en in de polder zijn ijskelders had. Het zijn allen vergeten figuren.
groentewinkelier
Wetzer
** zie opmerking
Ook
vergankelijk is Mien Wetzer, dochter van de groentewinkelierster 'de Dikke Lien
Wetzer'. Maar haar herinneringen zijn bewaard gebleven.
Mien vertelt over de bijgelovigheid en inventiviteit van de bewoners. Met
improviseren werd het leven nog draaglijk gehouden. ,,Kinderen die kinkhoest
hadden werden naar 'het gasbriek' gestuurd aan de Vughterweg, omdat de lucht
van verbrandde cokes de ademhaling verlichtte. ,,In de tijd waarin er geen
weelde was", zo vertelde de inmiddels overleden Mien Wetzer van de
voormalige groente-en fruitwinkel, eerst op 216, later op nummer 242, ,,moest
je wel wat verzinnen. Een sigarenmaker verdiende zeven gulden in de week. De
mensen waren veel zuiniger, maar wel hulpvaardiger", zo blijkt uit haar
verhalen.
In
'De Halve Maan', het steegje langs de groentezaak, woonde Marie Drongeler, die
een gezin van 22 kinderen had te onderhouden. Zij waste voor de rijkere mensen
uit de buurt. Met haar emmer haalde zij vanaf het trapke naar de Binnendieze
water voor de wasketels waarin zij het bonte en het witgoed kookte.
Mien
Wetzer:,,Marie moest in het kèinderbed van haar 23ste kind bevallen. Van
enkele buurtbewoonster kreeg zij hulp, onder wie van ons moeder, die voor haar
nieuwe jakken naaide. Nachtjapponnen bestonden er niet, vrouwen droegen 's
nachts een jak, dat niet meer was dan een lang hemd."
altijd
werken
Tijd
om op vakantie te gaan hadden de winkeliers niet. Hun kinderen, voor wie
doorstuderen niet was weggelegd, moesten meehelpen om de kost te verdienen.
Mien Wetzer:,,Wij dopten boontjes in de vakanties, of maakten snijbonen schoon.
Ons Lien deed verstelwerk, zij stikte nieuwe onderbroeken voor vader en knipte
schorten voor moeder en onszelf. Wij stonden elke dag om vier uur op om met de
duwkar bloemkolen, uien of aardappelen te gaan halen aan de haven bij de
Rotterdamse boot. Met carnaval of tegen de kermistijd leenden de vrouwen, die
slecht bij kas zaten geld, ondermeer bij kruidenier Tiebosch.
Op
een gulden betaalde je een kwartje rente. Tiebosch is dood in zijn winkel gevonden,
zijn geldbuideltje zat tussen zijn vingers geklemd. Men zegt wel eens: 'Geleend
geld da's geld wat geen zegen opbrengt'. "
**Opmerking
verhaal Mien Wetzer: De verhalen van Mien Wetzer moeten overigens met een
korreltje zout worden genomen. De
winkels van Wetzer en Tiebosch zaten resp. op Vughterdijk nummer 242 resp. 246.
De beide ondernemers- gescheiden door een woonhuis- zaten zo dicht
op elkaar dat er uiteraard sprake was van concurrentie. Lien kwam '
s morgens voor ze begon eerst bij ons vader voor het raam kijken hoe duur hij de
artikelen geprijsd had. ..'
Op het verhaal hebben Leo Tiebosch *191939 en Annie Burg-Tiebosch *1931
gereageerd. Leo ontkent dat er geld werd geleend terwijl Annie zegt
dat dat vroeger wel eens voorgekomen zal zijn. Maar dat vader Tiebosch met een
geldbuideltje in zijn handen is gestorven gaat hen wel wat ver.. '
Ons vader
is in de Verwersstraat aan een hersenbloeding overleden en nog bij mensen
aan de overkant [Van Hassel] in huis opgenomen. Dat ie in zijn winkeltje
zou zijn overleden, is gewoon gelogen.'
' Nee wat Mien Wetzer heeft verteld is allemaal kwaaitongen wat ze vroeger vaak
deden over elkaar..' , aldus de Tieboschen.
de
café's van de dijk
In
een café zul je Mien nooit gezien hebben. Vrouwen kwamen daar niet. Er waren
wel enkele café's aan de Vughterdijk, zo vertelt zij. Op de Molenberg was het
café van Frans Harens. De boeren uit de Meierij onderweg naar de Bossche markt,
reden hun karren door de poort naar de binnenplaats. Naast Harens was het café
van Kee de Jong, waar Mien wel eens een naakte vent naar buiten heeft zien
rennen, achterna gezeten door een kadévrouw [hoer]. Die vent heeft
waarschijnlijk gedacht dat hij 'het' cadeau kreeg. Op het hoekje van 'Achter het
Fortuyn' en halverweg de Vughterdijk heeft ook nog een café gezeten. Van het
eerste is zij de naam vergeten, het andere, naast horlogemaker Van der Aa,
heette De Uil en was van de familie Pelzer. Hoofs stoffen is er tegenwoordig
gevestigd.
Tot
slot was op de hoek met de Kuipertjeswal tot in de jaren vijftig het meer
bekende café 't Arendje van Schraven gelegen.
voetbalgek
Het
enige wekelijks vertier was voetballen kijken. Elke zondag als BVV thuis speelde,
liep Mien met haar zus Lien naar Heidelust in Vught. Voetballen was haar hobby,
maar ook het 'ter bedevaart gaan' werd als een dagje uit beschouwd. De bedevaart
naar Wittem bij Roermond was de enige keer in het jaar dat Mien Wetzer buiten
Den Bosch kwam. En verkering? "Verkering", roept Mien verbaasd, ,,daar
kon ik niet aan beginnen. D'r liepen bij ons vijf van die kerels de deur plat,
mij kon er geen een bekoren. Ik had genoeg aan mijn vader en moeder, die heb ik
al die jaren netjes naar d'r eind gebracht".
De Hinthamerstraat [in bewerking]
| Een straatje in de Hinthamerstraat dat loopt
naar de er achter stromende Binnendieze. Daar langs staan houten huizen opgebouwd
op de kaden van de Binnendieze.
De naam van dit steegje is Slijpersstraatje.
foto © gerard monté, juni 2001. |
De Putgang is een steegje gelegen tussen de percelen korte Putstraat 11 en 13. Op nummer 13 is restaurant ‘ In de zevende Hemel’ en op nummer 11 café ’t Pantoffeltje gevestigd.
©
De Putgang in de jaren 80, getekend door Aert van Woensel.
In
de jaren twintig/dertig komen in deze steeg elf namen voor van bewoners. Vier
namen op nummer 3 [noordzijde], maar aan de kant van de veel besproken kleine
huisjes woonden zeven huishoudens...
Aan de rechter, ofwel noordzijde van het steegje komen de achtertuinen uit van
ondernemers met een winkel in de Kerkstraat.
De
percelen zijn genummerd 1 [Breughel] 3, 5, 9, 11, 13 [Pinokkio] , 15 [River
Woods/ voorheen Juwelier De Leeuw].
Bij de nrs. 3-11 en nr. 17 staan naambordjes van particuliere bewoners.
Het
pand River Woods is van de Vughtse projectontwikkelaar Groenewoud.
Aannemer Drijvers heeft de bovenetages verbouwd tot riante appartementen.
Op de binnenplaats, waar wat verouderde optrekjes stonden en een paar Brabantse
iepen, heeft tuinbedrijf Wassenberg
uit Volkel een stadstuin aangelegd. Daaromheen zijn een elftal appartementen
gesitueerd.
|
Rechts detail van de onbewoonbaar verklaarde woningen met
uitzondering van het middelste - verhuurde- pandje dat nog in
bewoonde staat verkeerd.
|
![]() |
De
hoekpandjes van de Putgang met de Korte Putgang zijn interessant. De naam
van het Café ' t Pantoffeltje is afgeleid van het oude woord voor pantoffel
:Trip. In dit pandje was eind negentiende eeuw de Protestante school gevestigd.
Henri Bakker is in dit pandje met een werkplaats voor fietsen begonnen. De
motormuis Bakker raakte bekend als eerste Bossche vliegenier die in 1911 een
rondje om de St.Jan maakte.
Over
de geschiedenis van het schooltje, den Tripen en Henri Bakker staat in het
boek ' Ge Kunt me nog meer vertelle..' meer te lezen. [zie onder uitgaven
in menu op pagina Index of klik op
Publicaties
In het pand op de linkerhoek was voorheen een smederij en daarvoor de
koperslagerij van Teulings gevestigd. In de tijd van onze grootouders - de
eerste decennia van de twintigste eeuw - had Pier W. Nuis er zijn
timmerwerkplaats. Nuis ontwikkelde zich van timmerman tot aannemer.
Volgens Mosmans stond hier het pakhuis van Kreybolder en staat het bekend onder
de historische naam De Hasewint anno 1648.
Passend
op deze pagina is het volgende pand De Truyffel waarlangs voorheen een steegje
liep dat met een deur onzichtbaar is gemaakt.
Met
de komst van restaurant Allerlei en De Visserij is het enigszins
opengelegd. Ook het volgende pand bezit een aanpalend steegje en heet het
Azijntonneke.
Cameren
Nog
meer historisch zijn de woningen op de nummers
4 t/m 12, aan de zuidzijde gelegen.
Volgens een bouwkundig onderzoek
waren dat in de 16e eeuw cameren, ofwel eenkamerwoningen.
De gevels zijn van recentere datum en dateren van de 19e eeuw.
Een
paar jaar geleden rezen er bouwplannen die uitgingen van sloop van deze cameren.
Aanvankelijk stemde de gemeente in met de bouwplannen. Door actie van enkele
bewoners vertegenwoordigd door een advocaat, keerde het tij. Monumentenzorg
raakte na onderzoek overtuigd van de bouwkundige waarde van de pandjes hoewel ze
er erg bouwvallig bijstonden.
Maar er zijn weer enige jaren verstreken en er zit geen schot in de plannen.
Aan het steegje de Putgang is een aparte pagina besteed. klik op Putgang
| Een wel erg idyllisch
straatje: de Putgang, maar de vraag is of het nog wel kan
voortbestaan..?
-foto © paul kriele, 24 mei 2002. |
![]() |
bronnen: Mosmans 1906 ' Oude namen van huizen en straten' en adresboek 1928 P.Stokvis
bezoek ook de pagina Putgang
© paul kriele, 16 mei 2001/6 augustus 2001/ 24 mei 2002.